Eerste steun uit pauselijke COVID-19-noodfonds uitgekeerd

In april 2020 opende paus Franciscus een noodfonds in het kader van de COVID-19-pandemie. Hij wilde daarmee lokale kerkgemeenschappen wereldwijd de kans geven mensen nabij te zijn en gezondheidszorg te bieden. De solidaire respons uit de wereldkerk was groot, net als het aantal aanvragen tot noodhulp. Intussen kregen al verschillende lokale kerkgemeenschappen steun.

In Pakistan krijgt elk bisdom hulp. De lokale bisdommen verdelen de steun over de meest kwetsbare en arme geloofsgemeenschappen. Velen onder hen leven altijd onder de armoedegrens, maar zagen hun kansen nog verkleinen door de gezondheidscrisis.

Ook Dhaka, de dichtbevolkte hoofdstad van Bangladesh, mag op steun rekenen. De COVID-19-crisis deed de werkloosheid in de stad stijgen. Heel wat mensen, vooral ook migranten, werken immers als huishoudhulp. Die job konden ze door de lockdown niet uitoefenen. De lokale kerkgemeenschap richtte ook een netwerk voor voedselhulp op. De bedeling verloopt via de parochies. Lees meer over de Kerk van Bangladesh en de impact van de coronacrisis.

Ook de bevolking van Puerto Gaitan, in Colombia, lijdt onder de quarantainemaatregelen. Elke inwoner, ongeacht zijn of haar werkgebied, ziet momenteel zwarte sneeuw. De lokale Kerk kan ook het loon van haar priesters niet meer betalen. Ook het apostolische vicariaat Guapi in Colombia kreeg steun. Geweld, corruptie en armoede vieren er al jaren hoogtij. Door de coronamaatregelen is de hongersnood toegenomen en is de economische crisis niet meer te overzien. Alle middelen om priesters, maar boven het personeel en de kinderen van Hogar Monica, te helpen zijn uitgeput. Steun uit het pauselijke noodfonds moet helpen een zeer moeilijke periode te overbruggen. Het apostolisch vicariaat Inirida bleef voorlopig nog gespaard van veel coronabesmettingen. Toch is de impact van de pandemie niet te onderschatten. De geldende maatregelen om het aantal besmettingen laag te houden laten zich voelen. Ze veroorzaakten een grote economische crisis, die op haar beurt invloed heeft op de Kerk en haar werking.
In het apostolisch viariaat van San Andrea gaat steun naar het woonzorgcentrum San Pedro Claver. Zonder deze steun zou men onvoldoende kunnen zorgen voor de bewoners. Het jaarlijkse solidariteitsmaal moest immers geannuleerd worden, waardoor een belangrijke bron van inkomsten wegviel.

Ook in Liberia, het campagneland voor onze oktobercampagne van 2020, krijgt het bisdom Cape Palmas steun uit het pauselijke COVID-19-fonds om mensen met een kerkelijke verantwoordelijkheid te betalen. In het Liberiaanse bisdom Gbarnga krijgen priesters en catechisten eveneens steun. Bovendien steunt het noodfonds de plaatselijke katholieke radiozender. Die heeft een belangrijke opdracht om mensen correcte informatie te geven over het nieuwe coronavirus en de bestrijding ervan. In het bisdom Monrovia krijgen 60 catechisten en 30 parochies extra hulp. Zo kunnen ze hun evangelische werk verder zetten en sacramenten blijven toedienen. Daarnaast zet de Kerk in op de preventie van huiselijk geweld en psychologische problemen.

In Botswana heeft het bisdom Francistown extra hulp nodig. De lokale kerkgemeenschappen zitten op hun tandvlees en kunnen zelfs de dagelijkse werking niet meer garanderen. De steun uit het noodfonds moet ervoor zorgen dat zes parochies op het afgelegen platteland nog steeds mensen nabij kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor parochies en religieuze gemeenschappen in het bisdom Umzimkulu in Zuid-Afrika.

In Marokko krijgen de Arme Klaren in Casablanca steun. Voor de COVID-19-crisis konden ze overleven door de productie van hosties en de lokale verkoop van voeding. Ook daar stak de noodzakelijke lockdown een stokje voor, waardoor de gemeenschap even niet meer zelfvoorzienend kan zijn.

In Sao Tomé & Principe had de lokale Kerk al lang moeite om de extreme armoede te bekampen. Door de coronacrisis zijn de noden enkel groter geworden, maar de middelen beperkter. Lonen zijn laag, maar het leven is duur. Bovendien waren velen afhankelijk van toerisme en dat is natuurlijk stilgevallen. De steun uit het COVID-19-noodfonds moet de ergste noden helpen lenigen. Het bisdom zal de steun ook gebruiken om mensen pastoraal nabij te zijn via radio en televisie.

Het bisdom Kenema, in Sierra Leone, ligt op het platteland. Landbouw is de grootste bron van inkomsten, maar zo’n 70 % van de bevolking is vandaag werkloos. De armoede van de bevolking heeft ook invloed op het leven van de priesters en religieuze gemeenschappen, die normaal leven van wat hen door dorpelingen wordt geschonken. Daarnaast is vooral correcte informatie rond COVID-19 een pijnpunt. Mensen weten te weinig wat het virus is, hoe het zich verspreidt en vooral hoe ze de verspreiding kunnen tegengaan. Sociale afstand is een probleem. En de huidige gezondheidszorg kan de toeloop niet aan en heeft daarom hulp nodig. Anders dreigt een zeer grote humanitaire ramp.
In het aartsbisdom Freetown kunnen mensen maandenlang enkel samen eucharistie vieren via radio en internet. Fysiek samenkomen is verboden. Hierdoor hadden mensen niet de mogelijkheid bij te dragen aan het levensonderhoud van hun priesters, religieuzen en catechisten die zich elke dag inzetten voor het evangelie en de rechten van elke mens. De noodhulp moet dit oplossen. Ook de katholieke scholen krijgen steun, omdat hun werk zo belangrijk is voor de nieuwe generatie inwoners.

Ook in het bisdom Sarh, in Tsjaad (één van de armste landen ter wereld), leeft de bevolking voornamelijk van landbouw en is ze weinig geïnformeerd over het nieuwe coronavirus. De sluiting van scholen en kerken maakt het extra lastig om de mensen correcte en hapklare informatie te geven. De Kerk staat er in voor de gezondheidszorg, maar door het gebrek aan juiste informatie is ook hier de druk op het systeem groot. Daarom zet de Kerk in op het verstrekken van informatie via diverse radiozenders. Met de steun uit het noodfonds helpt ze ook religieuzen en priesters die geen inkomen meer hebben. In het bisdom Mondou is de Kerk de hoofdspeler in onderwijs en gezondheidszorg. De sluiting van scholen heeft een grote impact op het onderwijs in het algemeen, maar ook op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van kinderen. Ook in het bisdom Lai hebben het coronavirus en de geldende maatregelen een levensgevaarlijke impact op de bevolking. De Kerk zal de noodhulp inzetten om mensen de kans te geven zaaigoed te kopen, gezien landbouw de grootste bron van inkomsten is in de regio. Zo oogsten zij op termijn ook voeding voor de rest van de bevolking. Daarnaast zet de Kerk van Lai in op informatiecampagnes over het nieuwe coronavirus via de radiozender van het bisdom. In het bisdom Doba gingen openbare ruimtes, scholen en kerken op slot. Toch bleef de Kerk het geloof én de verbondenheid voeden. Ze gebruikte daarvoor de radiozender “La Voix du Paisan”. Je hoort er allerlei religieuze programma’s, maar kan ook luisteren naar gebeden of de eucharistieviering. De kerkgemeenschap gebruikt de radiozender ook om mensen te informeren over het nieuwe coronavirus en de strijd ertegen. Vooral voor de ongeletterde mensen in afgelegen landbouwregio’s is dat belangrijk. Omdat de radiozender nu geen inkomsten heeft uit collectes, was steun uit het pauselijke COVID-19-noodfonds nodig.

In Guinea had een economische crisis de bevolking van het bisdom Kankan al lang in haar greep. De pandemie maakt de situatie enkel schrijnender. De bevolking is er werkzaam in kleine bedrijfjes en de informele sector. Door de coronamaatregelen zagen ze die volledig instorten. Bovendien steeg de prijs voor voeding en transport enorm. Maar ook het godsdienstige leven krijgt een klap, omdat kerkdiensten niet meer kunnen doorgaan en priesters, religieuzen en catechisten ook amper mensen kunnen bezoeken. De steun uit het noodfonds moet helpen om deze kerkelijke verantwoordelijken beter te beschermen en om zich efficiënter te verplaatsen, zodat ze mensen toch nabij kunnen zijn. In het zuiden van Guinea kreeg ook het bisdom N'Zérékoré steun uit het pauselijke COVID-19-noodfonds. In deze regio wonen mensen van zowat alle etnische groepen en religies. Met de noodhulp moet pastorale nabijheid gegarandeerd worden, maar ook juiste informatie over de strijd tegen het nieuwe coronavirus. Priesters en catechisten krijgen hulp in hun levensvoorziening, gezien ze daarvoor afhankelijk waren van schenkingen van de lokale bevolking en misintenties. Ook het aartsbisdom Conakry heeft pastorale en economische moeilijkheden. Televisie en sociale media moesten de fysieke samenkomsten in kerken vervangen, maar de kosten daarvan zijn ook hoger. De quarantainemaatregelen maakten de economische moeilijkheden groter, waardoor ook de lokale kerkgemeenschap met haar personeel moeite heeft om te overleven.

In Angola vroeg en kreeg het bisdom Lwena hulp. In dit bisdom is een belangrijk vormingscentrum gevestigd. Gezien het belang van een goede handhygiëne wordt nu extra ingezet op zuiver water en sanitaire installaties.

In het noordoosten van Oeganda gebruikt men de verkregen financiële steun voor het verder uitbouwen van de katholieke radio en andere media. Daarnaast besteedt men ook hier extra aandacht, en dus middelen, aan goede hygiënemaatregelen. Christelijke basisgemeenschappen krijgen er steun om hun geloof te verdiepen.

In Madagaskar kunnen drie bisdommen rekenen op jouw steun via het pauselijke COVID-19-noodfonds. Antsiranana, in het uiterste noorden van het land, wil daarmee de jonge bevolking een kans geven. Ongeveer 55 % van de bevolking is er jonger dan 18 jaar. Onderwijs is daarom een speerpunt, maar de scholen kampen met moeilijkheden om leerkrachten uit te betalen. Ook de ouders ondervinden moeilijkheden om de schoolkosten te betalen. In het Antsirabé staat de algemene werking van het bisdom op het spel. In het centrum “Diantana” krijgen kerkelijke verantwoordelijken broodnodige vorming. Ook de priesters van het bisdom komen er maandelijks samen. Sinds maart kan dat allemaal niet meer doorgaan. Bovendien ontbreekt het daarom aan middelen om het vormingscentrum te onderhouden. In het bisdom Miarinarivo zet de Kerk zich in voor onderwijs, maar runt ze ook twee huizen voor de armsten onder de bevolking. Er is nood aan voedselhulp voor deze mensen, maar ook voor de leerkrachten die geen loon meer krijgen. Heel wat mensen hebben niet eens één maaltijd per dag. De Kerk kan voor haar inzet niet rekenen op staatshulp. Met de steun uit het noodfonds kan ze toch helpen. Ouderen, wezen en gevangen krijgen bijzondere aandacht, omdat zij het hardst getroffen worden door de COVID-19-pandemie.
In het bisdom Ambanja schiet de Kerk het onderwijs te hulp. Kwalitatief onderwijs is in deze plattelandsregio erg belangrijk. Kinderen verlaten al vroeg de schoolbanken, omdat hun familie de schoolkosten niet meer kan betalen. De kinderen vallen vaak ten prooi aan drugs en misdaad, meisjes raken op erg jonge leeftijd zwanger. De afgelopen jaren investeerde de Kerk daarom in scholen, van kleuterschool tot hogeschool, maar de coronacrisis brengt dit in gevaar. Ook hier krijgen leerkrachten geen loon door de sluiting van de scholen.

In het bisdom Ziguinchor, Senegal, hebben veel priesters en zusters het moeilijk te overleven. Ze hebben hulp nodig om aan voldoende eten te raken, terwijl ze zich belangeloos blijven inzetten voor de missie van de Kerk en de meest kwetsbaren.
Het aartsbisdom Dakar telt heel wat mensen in armoede. Zij bevinden zich laag op de sociale ladder. Zowat elke parochie springt bij in onderwijs en gezondheidszorg voor haar parochianen. De coronacrisis zet dit systeem onder druk, zeker omdat de regio ook lijdt onder klimaatsverandering. De Kerk zal steun uit het COVID-19-fonds gebruiken om mensen evangelisch nabij te zijn en kinderen op te vangen.

Het aartsbisdom Dili, in Oost-Timor, zal met de noodhulp honderden families helpen. De bevolking is er jong en elk gezin telt er 2 tot 5 kinderen. De Kerk biedt noodhulp, voeding en basisvoorziening.

In Kenia springt de Kerk in de bres voor mensen in armoede of wanhoop. In Nairobi, het hart van het land, reikt ze de hand naar iedereen die lijdt onder de quarantainemaatregelen of onzekerheid over de toekomst. Het aartsbisdom is zo een plek van hoop en warmte geworden voor welen, vooral voor inwoners van sloppenwijken. Het bisdom Nyahururu kan dankzij steun uit het noodfonds helpen in de basisbehoeften van arme families. Het bisdom Lodwar vecht niet enkel tegen COVID-19, maar ook tegen natuurgeweld. De bevolking moest afrekenen met meerdere overstromingen, waardoor ze have en goed verloren. In het bisdom Kitale was de armoede ook voor de coronacrisis groot. Nu is er nog meer nood aan voedselbedeling, maar ook aan watervoorziening en materiaal om een goede (hand)hygiëne te garanderen. In het bisdom Marsabit krijgt de diocesane radio steun, omdat dit communicatiemiddel belangrijk is in de strijd tegen het virus en om mensen te helpen hun geloof te behouden en verdiepen. Het bisdom Kisumu gebruikt de noodhulp voor voedsel en basisvoorzieningen voor armen, maar ook voor de ziekteverzekering van haar priesters. In Mombasa zorgt de lokale Kerk extra voor de vele kinderen en weeskinderen. In het bisdom Homa Bay en het apostolisch vicariaat Isiolo wordt de steun dan weer vooral gebruikt voor verschillende vormingscentra voor priesters en kerkelijke verantwoordelijken.

In Benin stelde men in maart de eerste besmettingen vast. De opmars van het nieuwe coronavirus en de maatregelen om dit in te dijken hadden verstrekkende gevolgen voor de economie, het sociale leven en de gezondheid van mensen. Ook de effecten op de psychische gezondheid van de bevolking waren groot, omdat de angst groot was. Vanaf het begin van de crisis probeert de Kerk de lijdende bevolking nabij te zijn. Maar niemand had verwacht dat de crisis zo lang zou duren en de middelen raken uitgeput.
Met de steun uit het noodfonds probeert het bisdom Abomey de steun aan kwetsbare kinderen te garanderen. Daarnaast heeft het bisdom bijzondere aandacht voor iedereen die getroffen wordt door de coronacrisis.
In het bisdom Dassa Zoumé krijgen de priesters extra financiële steun. Zij leven normaal van giften en collectes, maar die zijn weggevallen door de sluiting van de kerken en de stijgende werkloosheid en armoede van de parochianen. Via het Caritas-netwerk zorgt de lokale kerkgemeenschap ook voor ouderen die thuis in quarantaine zitten.
In het bisdom Djougou investeert met in het onderwijs. Ouders kunnen de schoolkosten niet meer betalen en (over)leven van dag tot dag.
Ook in het bisdom Lokossa staat het onderwijs centraal. In deze arme landbouwregio krijgen leerkrachten en ander onderwijspersoneel het zwaar te verduren. Door de coronacrisis vielen ze zonder loon.
In het bisdom N'Dali verzekert de Kerk een voedselbedeling voor weeshuizen, ouderen, armen en kwetsbare kinderen.

De economische en sociale gevolgen van de coronaepidemie en -maatregelen zijn ook groot in Togo. Parochies en bisdommen zijn door hun weinige spaarcenten heen. De zeven bisdommen van het land kregen daarom steun uit het pauselijke COVID-19-noodfonds.
In het bisdom Aneho komt in de eerste plaats steun voor voeding en gezondheidszorg van kinderen. Ook de geloofsopvoeding van kinderen krijgt een duwtje in de rug. Ten slotte krijgen priesters, priesterstudenten en religieuze gemeenschappen voeding en gezondheidszorg. Zij hebben het financieel extra moeilijk door de sluiting van de kerken, waardoor hun inkomen wegviel.
In het bisdom Atakpamé, grotendeels platteland, is extra zorg voor kinderen nodig. De sluiting van scholen heeft immers verregaande gevolgen voor de opvolging van kinderen. Ook in dit bisdom hebben priesters en religieuzen het moeilijk. Het bisdom zal een stuk van de noodhulp ook gebruiken om meer in te zetten op sociale media, die nu een belangrijk communicatiemiddel zijn.
Het bisdom Dapaong is het armste bisdom van het land. Hoewel de armoede onder christenen altijd groot is geweest, vierde de onderlinge solidariteit hoogtij. Vandaag zit iedereen op het tandvlees. Leerkrachten, priesters, pastorale werkers en personeel van de christelijke vormingscentra hebben geen inkomen meer.
We zien dezelfde situatie in het bisdom Kara. Daar gaat bovendien een groot stuk van de noodhulp naar het lokale radiostation en naar allerhande online platforms. Voor veel parochianen zijn zij het enige contact met de buitenwereld en de kerkgemeenschap.
In het bisdom Kpalimé deed de coronacrisis de economische situatie van de bevolking en het bisdom verergeren. Priesters en catechisten leefden van giften van parochianen, maar dit systeem is stilgevallen door de sluiting van kerken. Het bisdom zelf kan niet in hun levensnoden voorzien en vroeg (en kreeg) daarom hulp uit het pauselijke COVID-19-noodfonds.
In het aartsbisdom Lomé weegt de quarantaine zwaar op verschillende gezinnen. Parochies schieten vooral jongeren te hulp met voeding, medicatie, medisch materiaal en mondmaskers. Parochies op het platteland hebben daarvoor externe hulp nodig.
In het bisdom Sokodé kan de Kerk de lokale weeshuizen niet langer voorzien van voeding en schreeuwde daarom om hulp. Er is ook steun nodig voor de diocesane radio en de verdeling van gezondheidskits. Ten slotte hebben parochies en religieuze gemeenschappen hulp nodig om mensen evangelisch nabij te blijven.

In Nigeria hebben heel wat bisdommen en mensen het altijd moeilijk om te overleven. Deze pandemie maakte hun situatie enkel erger.
In het aartsbisdom Kaduna is de situatie schrijnend. De bevolking lijdt er onder terroristische aanslagen tegen christelijke gemeenschappen, waardoor een klimaat van angst ontstaat. Arme en kwetsbare kinderen lijden het meest. Zij zoeken toevlucht in de parochies, maar die kunnen hen op dit moment niet meer helpen bij gebrek aan middelen. De noodhulp moet hierop een antwoord bieden. Ten tweede zal de steun gebruikt worden voor beschermingsmateriaal tegen het nieuwe coronavirus. Dat is nodig, want het aantal besmettingen stijgt omdat mensen onvoldoende op de hoogte zijn van preventiemaatregelen. Ten derde gaat een deel van de noodhulp naar priesters en andere kerkelijke verantwoordelijken die momenteel, door het niet doorgaan van erediensten, geen bron van inkomen hebben.
Ook in het bisdom Maiduguri bracht terreur heel wat schade toe. De laatste jaren werden zo’n 300 kerken, pastorale centra, gezondheidscentra en scholen verwoest. Het aantal gewonden, doden en ontheemden loopt hoog op. Het bisdom nam de zorg voor wezen, weduwen en ontheemden op; maar heeft het door de gevolgen van de pandemie moeilijk om hiermee door te gaan. Er is nood aan steun voor het personeel van het bisdom en medici die zich inzetten voor deze mensen in de meest afgelegen regio. Ook steun bij de aankoop van beschermingsmateriaal is dringend en belangrijk.
Het bisdom Osogbo bevindt zich op het platteland en werd opgericht in 1995. De collectes en giften tijdens de zondagsmis dienen gedeeltelijk voor het levensonderhoud van priesters en pastorale werkers, en voor de werking van het bisdom. Door het sluiten van de kerken in de strijd tegen het nieuwe coronavirus viel die bron van inkomsten weg, waardoor externe hulp nodig is.
Ook het bisdom Ilorin is eerder landelijk, met slechts 4 % katholieken. Het grootste deel van de bevolking is moslim. De bevolking heeft weinig onderwijs genoten en is vaak ongeletterdheid. Ze verdient haar kost met landbouw en kleine handel. Er is steun nodig om de Kerk de mogelijkheid te bieden deze mensen evangelisch nabij te zijn en te begeleiden tijdens deze crisis.

Het apostolisch vicariaat Pyo in Ecuador krijgt steun voor de gezondheidszorg voor de bevolking van het Amazonegebied.

Het apostolische vicariaat Beni, in Bolivia, is sterk getroffen door het nieuwe coronavirus. De bevolking lijdt onder het constante gevaar van de ziekte, maar ook onder het gebrek aan economische middelen. De Kerk deelt voeding en medicijnen uit aan wie het het meest nodig heeft en maakt ruimte voor (coronaproof) gebed om hen te sterken.
Het apostolisch vicariaat van Camiri viert dit jaar het 25-jarig bestaan van lokale diocesane priesters. Gelovigen en priesters hebben er steeds grote onderlinge solidariteit getoond, maar nu zit iedereen met de handen in het haar. Ook hier zijn kerken gesloten en heerst grote angst om besmet te raken. De steun uit het pauselijke noodfonds moet priesters en catechisten helpen in hun levensonderhoud en pastorale inzet.

In Malawi ging steun naar de Arme Klaren van het bisdom Lilongwe. De zustergemeenschap is van onschatbare waarde voor de lokale bevolking, maar zich haar inkomsten wegvallen door de sluiting van de kerken. Normaal konden zij leven van giften en offers. De 31 zusters kunnen nu amper overleven en krijgen daarom steun van de wereldkerk.
Het bisdom Kwito-Bié heeft dan weer hulp nodig om de inzet voor de arme bevolking te garanderen. Een groot deel van de steun uit het noodfonds gaat naar Radio Ecllesia, een belangrijk communicatiemiddel dat mensen ook spirituele nabijheid biedt.

In Kameroen krijgt het aartsbisdom Yaoundé steun. De hoofdstad en het economische centrum van het land bevinden zich in dit bisdom. Mensen wonen dicht op elkaar en veel zakenlui bezoeken de stad, waardoor de pandemie hard kon toeslaan. Het bisdom neemt een groot stuk van de gezondheidszorg op zoch, maar kan de zorg voor meer dan 2 miljoen inwoners niet meer alleen aan. Daarom krijgt het onze steun.
In het bisdom Ngaoundéré, in het noorden van Kameroen, maken katholieken zo'n 20 % van de bevolking uit. De 26 parochies bevinden zich vooral op het platteland. Het bisdom zal steun uit het noodfonds gebruiken om de levensomstandigheden van de parochianen te verbeteren en te blijven investeren in gezondheidszorg en onderwijs. Daarvoor is ook lokale steun van priesters, religieuzen, catechisten en gelovigen. Zowel de burgerlijke overheid als de Kerk nemen bijzondere maatregelen om het nieuwe coronavirus in te dijken.

In Niger leeft een groot deel van de bevolking in armoede. Bovendien heeft niet enkel de coronacrisis het land in haar greep. Er is ook een groot onveiligheidsgevoel door oprukkend terrorisme en er heerst voedseltekort. De Kerk heeft zich er altijd al ingezet voor betere levensomstandigheden, onderwijs en algemene ontwikkeling, vooral voor de bevolking op het platteland (bijna 80 % van alle inwoners). Nu is steun meer dan ooit nodig.
Daarom ontving het bisdom Maradi steun uit het pauselijke noodfonds. Dit bisdom beslaat ongeveer 2/3 van Niger. Dankzij externe steun kan het bisdom arme families voorzien in basisbenodigdheden.
In het aartsbisdom Niamey kreeg de opvang van Sint-Vincent, gerund door zusters van Gethsemane, steun. Zij vangen dagelijks kinderen tussen 4 en 12 jaar op. Door de coronacrisis lopen de noden op, terwijl financiële steun verminderde.

In Gambia hebben de coronamaatregelen grote invloed op het sociale en economische leven. Ook priesters, religieuzen en catechisten van het bisdom Banjul hebben het moeilijk. Zoals in vele andere landen leefden zij van giften van parochianen, maar die zijn nu nagenoeg stilgevallen. Daarnaast wil het bisdom haar hulp aan mensen in nood garanderen.

Het bisdom Chipata, in het oosten van Zambia, heeft steun nodig om de basiswerking van de Kerk te garanderen en mensen nabij te kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor het bisdom Kasama, in het noorden van het land. Deze regio is één van de armste gebieden in Zambia. Ook hier zagen priesters hun inkomsten, vooral uit giften van gelovigen, volledig wegvallen. De steun uit het noodfonds voorziet hen even van een basisinkomen, zodat zij mensen nabij kunnen blijven.

Jouw hulp blijft nodig. Help anderen veilig en gezond te blijven.
Steun het pauselijk COVID-19-noodfonds
BE19 0000 0421 1012
mededeling: COVID-19