Een moeilijk wereldprobleem

Een dialoog voeren met mensen lijkt in eerste instantie gemakkelijk. Zeker als we dezelfde taal spreken en dus ook dezelfde woorden horen. De practijk leert ons het tegenovergestelde: mensen geven betekenis aan woorden volgens hun eigen culturele achtergrond. Naast onderstaand voorbeeld, moet je maar eens denken aan een eigen situatie. Je hebt het vast al meegemaakt.

 

Om een beetje democratischer te werk te gaan, had de UNO aan alle wereldburgers een rondvraag gestuurd betreffende één van de grote wereldproblemen waar we vandaag mee te kampen hebben: het Noorden dat altijd maar meer welstellend wordt, terwijl in het Zuiden nog zoveel honger en miserie wordt geleden.
De nauwkeurige vraag, die erg duidelijk leek, was de volgende: “Geef eerlijk uw persoonlijke mening over de mogelijke oplossingen voor het tekort aan voedsel in de rest van de wereld.”

Maar de enige antwoorden die teruggestuurd werden naar de UNO vroegen hem enkel om verduidelijking:

· Vanuit Rusland en Oost-Europa werd gevraagd: wat versta je eigenlijk onder het woord ‘eerlijk’?
· In China en omgeving kwam de uitdrukking ‘persoonlijke mening’ als onbekend over;
· ‘Oplossingen’ stonden blijkbaar niet in het woordenboek in het Nabije Oosten;
· In West-Europa kende men het woord ‘tekort’ niet; sommigen dachten hierbij aan minirokjes, maar waar moeit de UNO zich dan mee?
· In Afrika vroeg men wat ‘voedsel’ eigenlijk was;
· En de uitdrukking ‘de rest van de wereld’ bleef een raadsel voor de mensen van Noord-Amerika.

Kortom, op deze vraag kon dan ook van nergens enig precies antwoord komen… en de UNO geraakte er geen stap mee vooruit om iets aan dat wereldprobleem te doen.